<Terug
Erfelijke oogafwijkingen kunnen worden opgespoord en beoordeeld door middel van een oogonderzoek dat gedaan wordt door specialisten. Dit oogonderzoek gebeurt voor de Shiba volgens de procedures van ECVO (European College of Veterinary Ophthalmologists).
Voor het onderzoek worden de ogen gedruppeld om de pupillen te vergroten. Na een kwartier kan er met speciale lenzen in het oog gekeken worden. Bij een standaard ECVO-onderzoek wordt standaard onderzocht op dertien verschillende oogafwijkingen. Niet alle afwijkingen komen bij de Shiba voor.
Honden met een ernstige erfelijke oogafwijking dienen uitgesloten te worden om mee te fokken. Vanaf 1 januari 2026 verstrekt de Raad van Beheer geen stambomen meer voor honden die gefokt zijn uit ouderdieren met ernstige oogafwijkingen. Dit vloeit voort uit het wettelijke verbod om met honden te fokken die aantoonbaar leiden aan een erfelijke afwijking die de hond en/of de nakomelingen schade toe kan brengen. (Artikel 3.4. Besluit Houders van Dieren)
Helaas zijn niet alle oogafwijkingen direct zichtbaar, het wordt vaak pas duidelijk dat de hond een afwijking heeft als de hond beoordeeld wordt door een ECVO specialist.
De rasvereniging Nippon Inu – onder welke regelgeving wij fokken – stelt nog strengere eisen. Honden dienen voor de dekking onderzocht te worden en er worden een strengere normen gehanteerd.
Distichiasis / Ectopische Cilie
Distichiasis is de meest voorkomende erfelijke oogafwijking bij de Shiba. Het is een aandoening waarbij haartjes op de normaal gezien haarvrije rand van het ooglid groeien. Het kan slechts om één haar gaan, maar het kunnen ook meerdere haren zijn. In ernstige gevallen kan de hele ooglidrand behaard zijn. Als de haren stug en naar het hoornvlies gericht zijn zullen zij het hoornvlies irriteren en kunnen ze zelfs voor beschadiging van het hoornvlies zorgen.
Bij ectopische cilie groeien de haartjes aan de binnenkant van het ooglid. De kans dat dit eerder tot irritatie en uiteindelijk tot beschadiging van het hoornvlies lijdt is groter.
Bij de Shiba gaat het gelukkig vaak maar om één, of soms om enkele zachte distichiasis haren. Van deze haren wordt geen last ondervonden omdat ze in de traanfilm liggen. Net zoals de rest van de vacht vallen ook haren op de ooglidrand periodiek uit. Het kan dus zijn dat er bij een hond waarbij eerder distichiasis was geconstateerd, geen haren meer te zien zijn bij een volgend onderzoek. Maar dit wil niet zeggen dat de hond dan geen distichiasis meer heeft.
ERFELIJKHEID
Distichiasis / ectopische cilie wordt als erfelijke aandoening beschouwd, maar de wijze van vererving is niet geheel duidelijk (dominant of recessief). De vererving is ingewikkeld, waarschijnlijk vererft het over meerdere genen en is er nog een aantal andere factoren bij betrokken. Helaas is het daarom ook nog niet mogelijk om met behulp van DNA te bepalen of een hond lijder aan of drager is van distichiasis en/of ectopische cilie.
FOKKERIJ
Met honden die een ernstige vorm van distichiasis en/of ectopische cilie hebben, mag niet worden gefokt.
Honden met een geringe of milde vorm mogen niet zondermeer ingezet worden voor de fok, dit mag alleen maar in combinatie met een hond die vrij is van de aandoening. Het ECVO advies is overgenomen in het Verenigings Fokreglement van de Shiba.
Cataract
Cataract (staar) bij de hond is een vertroebeling van de ooglens. Normaal is de lens helder en laat hij licht door; bij cataract wordt dat licht (gedeeltelijk) geblokkeerd, wat kan leiden tot wazig zien en zelfs tot blindheid.
ERFELIJKHEID
Cataract wordt gedeeltelijk gezien als een erfelijke afwijking. In een enkel geval wordt het veroorzaakt door:
– onderliggende ziekte zoals bijvoorbeeld diabetes;
– trauma;
– ernstige uveïtis (oogontsteking);
– ouderdom;
– andere oogafwijkingen.
Op dit moment is er nog geen DNA test beschikbaar voor de Shiba, zodat niet bewezen kan worden of cataract bij een bepaalde hond wel of niet een erfelijke aandoening is.
VORMEN VAN CATARACT
Er zijn verschillende vormen van cataract. De ernstige vormen zijn:
– Corticaal;
– Posterior;
– Polar;
– Nucleus.
Honden met deze afwijking kunnen ernstige klachten krijgen en hier mag volgens het ECVO advies en de wettelijke bepalingen niet mee worden gefokt. Er kan immers niet bewezen worden dat het niet om een erfelijke variant handelt.
Er zijn ook vormen van cataract die niet ernstig zijn en klinisch weinig relevant zijn. Deze vormen verergeren niet.
– Punctata;
– Sutureline;
– Sutureline tip;
– Nuclear;
– Fiber glass;
– Pulverent;
FOKKERIJ
Met honden met een ernstige vorm van cataract mag niet worden gefokt.
Honden met de lichte vorm van cataract mogen wel gebruikt worden voor de fok, maar alleen op voorwaarde dat zij gecombineerd worden met honden die cataract vrij zijn. Het ECVO advies is overgenomen in het Verenigings Fokreglement voor de Shiba.
Membrana Pupillaris Persistens
MPP is een aangeboren (congenitale) oogafwijking. Bij deze aandoening blijven er resten van het embryonale vaatstelseltje voor de lens (membrana pupillaris) achter. Normaal verdwijnt dit vaatstelseltje enkele weken na de geboorte, maar als gevolg van een storing in de ontwikkeling kunnen er delen van het vaatstelsel achterblijven wat er uit kan zien als een soort spinnenweb.
Als de resten verbonden zijn met de binnenzijde van het hoornvlies, kunnen zij daarin witte littekens veroorzaken. Het lijkt dan of de pup een beschadiging aan het oog heeft gekregen. Als er resten tegen de voorzijde van de lens blijven zitten, kunnen zij daar mogelijk cataract veroorzaken. Soms gaat MPP gepaard met andere oogafwijkingen.
VORMEN VAN MPP
Er zijn verschillende vormen van MPP. Sommige vormen zijn zeer mild, andere vormen worden gezien als ernstig.
Van MPP IRIS, de lichtste vorm, is het sterke vermoeden dat een hond hier geen last van zal hebben. Van zwaardere vormen, MPP LENS, MPP CORNEA en MPP LAMINA (van licht tot zwaar) is nog veel niet duidelijk.
ERFELIJKHEID
Er is nog veel onduidelijk over de erfelijkheid per ras en er is nog geen DNA test voor.
FOKKERIJ
ECVO adviseert om niet te fokken met de ernstige vormen. Bij MPP IRIS kan een hond ingezet worden voor de fok in combinatie met een MPP-vrije partner. Dit is overgenomen in het Verenigings Fokreglement voor de Shiba.
Glaucoom
Glaucoom is een ernstige en zeer pijnlijke aandoening waarbij de oogdruk oploopt. In een groot aantal gevallen leidt tot blindheid of zelfs tot verlies van het oog. Het kan ontstaan door erfelijke factoren zoals diabetes, andere oogaandoeningen zoals ernstige staar of Iridocorneale Hoek Abnormaliteit (voorheen: “Ligamentum Pectinatum Abnormality”), of een trauma.
In het oog wordt vocht (kamerwater) aangemaakt voor de voeding van het hoornvlies en de lens. Dit kamerwater – niet te verwarren met het traanvocht aan de buitenkant van het oog – verlaat het oog ongemerkt via een afvoer die zich bevindt op de grens van het oogwit en het gekleurde deel van het oog, de iris. Als deze afvoer minder goed werkt kan het kamerwater moeizaam weg en neemt de druk binnen de oogbol toe. Dit zorgt voor druk op de oogzenuw en leidt uiteindelijk (soms al binnen twee tot drie dagen!) tot blindheid.
Primair glaucoom komt meestal pas op gemiddelde tot oudere leeftijd tot uiting, waarbij de klachten van glaucoom vaak bij één oog starten. Vaak is een witblauwe waas (groene staar) over het hoornvlies het eerste dat een eigenaar opvalt. Het ontstaat meestal plotseling. Het zien van iedere vorm van een waas over een oog vraagt direct om een bezoek aan de dierenarts!
JAPANS ONDERZOEK
In augustus 2006 werd er een onderzoek gepubliceerd door K. Kato, N. Sasaki, S. Matsunaga, R. Nishimura en H. Ogawa, waaruit (in de Engelse vertaling) bleek dat 33% van de onderzochte Shiba’s in Japan een kleine kamerhoek heeft. Uit een publicatie van maart 2006 (Kato et al.) bleek dat glaucoom bij de Shiba vaak veroorzaakt wordt door een te nauwe kamerhoek en veranderingen in het Pectinatum Ligament (de “zeef” tussen iris en oogwit).
EEN GROOT PROBLEEM?
In Nederland zijn er niet veel meldingen van Shiba’s met glaucoom. ECVO-oogartsen hebben in de afgelopen 15 jaar maar enkele gevallen gemeld. De noodzaak tot levenslange behandeling, of het verwijderen van één of beide ogen vanwege glaucoom komt dus gelukkig niet vaak voor. Ook is niet geheel duidelijk wat de oorzaak van de glaucoom was. Toch is het zaak – voor fokkers en eigenaren – om oplettend te zijn.
GONIOSCOPIE
De mogelijkheid bestaat om te onderzoeken of en in welke mate een hond een vrije afvoer van het kamerwater mogelijk is in het oog. (Iridocorneale Hoek Abnormaliteit)
Deze test wordt niet uitgevoerd tijdens het gangbare ECVO-onderzoek. Het wordt daarom ook bijna nooit geconstateerd tijdens een regulier oogonderzoek. Het is de eigenaar die opmerkt dat er iets heel erg fout is met het oog van de hond.
Bij een gonioscopie wordt een goniolens als een contactlens op het hoornvlies geplaatst. Vooraf wordt het oog lokaal verdoofd met een oogdruppel. Vervolgens kan met behulp van een microscoop en de spiegel in de goniolens de kamerhoek worden bekeken.
FOKKERIJ
Het is op dit moment niet duidelijk of honden met een bepaalde graad van Iridocorneale Hoek Abnormaliteit uiteindelijk glaucoom gaan ontwikkelen. De British Veterinary Association doet hier op dit moment onderzoek naar. Pas als dit duidelijk is kan een gonioscopie alvorens men gaat fokken waardevol zijn.
DNA TEST
Tegenwoordig is het mogelijk om via het DNA te onderzoeken of een hond belast is met de aanleg voor glaucoom. Van Haeringen Laboratorium biedt een combipakket aan voor enkele rassen uit rasgroep 5, waaronder de Shiba. Er wordt op verschillende ziektes getest, waaronder glaucoom. Een simpele swab met wangslijmvlies volstaat.
Helaas is bij deze test nog niet middels wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat deze 100% betrouwbaar is om de aanleg voor glaucoom te kunnen aantonen. Tot op heden is deze test alleen voor de Beagle gevalideerd. Dit houdt in dat als de uitslag van een DNA- test aangeeft dat een Shiba drager van of lijder aan glaucoom is, men normaal gesproken mag aannemen dat de ziekte of het kenmerk zich zal ontwikkelen. Maar als de test aangeeft dat de hond geen gen voor glaucoom draagt, zegt dat niet dat de Shiba toch niet alsnog glaucoom kan ontwikkelen.
ZELDZAME OVEREENKOMST MET DE MENS
Menicon (contactlenzen-fabrikant in Japan), Azabu University en Yokohama City University hebben een onderzoek uitgevoerd naar het risico op glaucoom bij mensen en Shiba’s. Uit het onderzoek blijkt dat Shiba’s en mensen hetzelfde gevoeligheids-gen voor glaucoom delen.
Door de samenwerking met Azabu University, waar bloedmonsters van honden met verschillende ziekten worden opgeslagen, werden gevoeligheids-genen voor glaucoom bij honden onderzocht. De resultaten van het onderzoek toonden aan dat het gen SRBD1, dat ook geïdentificeerd werd bij mensen, sterk geassocieerd werd met glaucoom.
Uit het onderzoek bleek dat het risico op glaucoom drie maal zo hoog was bij Shiba’s met een gemuteerd SRBD1-gen dan bij Shiba’s met het normale, niet gemuteerde gen.
Het is zeer zeldzaam dat mensen en honden een gen delen voor gevoeligheid voor een ziekte. En dat dit nu juist de Shiba moet zijn is natuurlijk bijzonder. De bevindingen van het onderzoek leveren dus een methode op voor het voorspellen van het risico op het ontwikkelen van glaucoom. Meni-One Co., Ltd., een dochterbedrijf van Menicon dat zich bezighoudt met oogheelkundige medische zorg, zal zich inspannen om de zeer belangrijke bevindingen van dit onderzoek te verspreiden om het risico op glaucoom bij toekomstige generaties Shiba’s te verlagen. Het bedrijf is zeer toegewijd aan de wereldwijde bevordering van gezonde Shiba’s door middel van genetisch testen.
